Tagarchief: Marius Dussel

Een onvergetelijke Transsahara reis (2)

Dwergaalscholvers op een zandplaat in de Banc d’Arguin. (foto: Jacques van der Neut)

De Transsahara reis is in feite een aaneenschakeling van  hoogtepunten. Denk maar eens aan Banc d’Arguin, de nationale parken Diawling en Djoudj en last but not least Kaolack in Senegal. Onze reis krijgt echter een onverwacht en bizar eind…

Banc D’Arguin
Het nationaal park Banc d’Arguin is een beschermd natuurgebied aan de kust van Mauritanië en ligt tussen Nouackchott en Nouadhibou. Dit nationaal park bestaat uit eilanden, zandduinen en kustmoerrassen onder invloed van getijdenwerking. De weg die wij vanaf Agadir (Marokko) volgen loopt langs de kust en is inmiddels geasfalteerd. Het avontuurlijke aspect van zo’n trip is daardoor wel minder, maar op een gegeven ogenblik verlaten we de weg en rijden we op GPS door de verlaten woestijn naar Iwik, een vissersdorp in  de Banc d’Arguin. Bij het dorp ligt een onderzoeksstation, waar Nederlandse biologen al  tientallen jaren onderzoek doen naar steltlopers.  Voor het station raken we aan de praat met enkele Nederlandse onderzoekers. Bob Loos praat ons bij over leuke waarnemingen en het reilen en zeilen van het onderzoek. Vervolgens gaan we ons installeren. We overnachten in grote tenten. Voordat we die avond gaan eten wordt de groep uitgenodigd voor een theeceremonie. Dat is meer dan alleen maar een kopje thee drinken. Zoiets bestaat uit drie rondes, waarbij de eerste het sterkst is. Het is een sociale activiteit waarbij natuurlijk alle ruimte is voor conversatie.  Na de (mierzoete) thee lopen we in het donker, naar een ander gebouw voor de maaltijd. Tijdens het eten is het checken van de waarnemingen een dagelijks terugkerend ritueel. Het wordt dit keer echter meerdere keren onderbroken door passerende jakhalzen. In het licht van de zaklantaarns zien we de ogen van deze dieren oplichten. Af en toe horen we ze ’s nachts  janken. De volgende dag staat er een vaartocht op het programma met een Launch, een authentiek zeilvaartuig voorzien van een karakteristiek,  driehoekig zeil. We komen langs de kleurrijke, houten huisjes van de Imraguen, een stam die het exclusieve recht heeft om in de Banc d’Arguin te vissen.  Voordat de vissers ons op het strand oppikken, zie ik diverse drieteenstrandlopers in de vloedlijn, hun kostje bij elkaar scharrelen. Het tafereel doet mij denken aan Een Groenlander in Afrika, het kostelijke boek van Koos Dijksterhuis over deze prachtige steltlopertjes.  Dan klauteren we aanboord. We zeilen naar een eiland in de Banc d’Arguin waar veel vogels zich verzamelen bij hoog tij. We gaan regelmatig overstag en lopen ook vast op een zandbank. Een van de bemanningsleden springt overboord en duwt tegen de boeg van het houten zeilschip. Kort daarop varen we weer. Bij het bewuste eiland aangekomen, zien we  veel dwergaalscholvers, dunbekmeeuwen, pelikanen en westelijke rifreigers. Tijdens het varen vliegen Jan van Genten en Europese flamingo’s voorbij. Verderop gaan onvoorstelbare wolken steltlopers de lucht in. Wat een mooie wereld hier..!

Kaolack; ongekend hoogtepunt
Een bezoek aan de slaapplaats van  de zwaluwstaartwouw in Kaolack vind ik een ongekend hoogtepunt; het is een onderdeel van  mythische proporties. Alleen de route er naar toe al, langs en door kleine gehuchten waarbij inwoners je nastaren. Tijdens onze zoektocht staat er inééns naast onze terreinauto’s een sahelkuiftrap. De vogel op hoge poten rent niet weg, maar loopt behoedzaam naar het verderop liggende struikgewas. De rug van de vogel is bezaaid met kleine zwarte streepjes en vlekjes. Via via komen we uiteindelijk bij de bewuste man die ons in een boomstamkano (…) de rivier overzet. Onze groep wordt in twee keer naar de overkant gebracht. Tijdens het wachten op de kano passeren de eerste zwaluwstaartwouwen. Wat een moment om oog in oog te staan met zo’n iconische soort! Van onze Frans sprekende schipper begrijp ik dat de vogels niet onmiddellijk naar de slaapplaats vliegen, maar eerst een soort voor-verzamelplaats bezoeken waar zij uitgebreid het verenpak onderhouden. Daarna vliegen zij in deze volkomen desolate omgeving de rivier over.

Zwaluwstaartwouw. (foto: Jacques van der Neut)

Uitgesproken dieet
Ik hoor verder dat deze locatie regelmatig bezocht wordt door Franse ornithologen die het aantal zwaluwstaartwouwen hier ramen op maar liefst 15.000 tot 20.000 individuen! Als we aan de overkant staan, zien we ook veel kleine torenvalken in de droogliggende vlakte. Mijn aandacht gaat echter uit naar de enorme concentratie zwaluwstaartwouwen die rond de boomtoppen vliegt. Deze bijzonder gracieus vliegende wouwen, die qua formaat enigszins in de buurt komen van grijze wouwen, hebben een uitgesproken dieet: sprinkhanen. De braakballen van de zwaluwstaartwouwen, die door onderzoekers hier in het verleden werden verzameld, bevatten voornamelijk resten van deze rechtvleugelige insecten. In januari 2007 ontdekte Philippe Pilard van La Ligue pour la Protection des Oiseaux deze locatie. De bewuste slaapplaats is eigenlijk dus niet eens zo lang bekend. Tijdens de terugrit in het duister zeg ik niet veel. Ik ben bijzonder onder de indruk van wat ik zojuist heb gezien… 

Dwergbijeneters warmen zich in de opkomende zon. (foto: Jacques van der Neut)

Hectische terugreis
Aan alle goede dingen komt een eind, dus ook aan deze editie van de  Transsahara reis. Voor onze laatste transfer naar Dakar, overnachten we in Palarin, een prachtige locatie aan de kust. We steken een van de brede zijkreken in de Siné-Saloum over met een pont en kort daarop  zitten we oog in oog met tientallen gieren. De vogels doen zich te goed aan een kadaver, waarbij ze regelmatig  imponeren en met elkaar vechten. Wat een grandioos spektakel. De groep bestaat uit meerdere soorten gieren: kapgier, rüppelsgier, vale gier en oorgier. De restjes worden opgepeuzeld door diverse schildraven. De volgende ochtend een fantastisch ontbijt met als klapstuk meerdere soorten honingzuigers, glansspreeuwen, baardvogels en een rijtje, zich opwarmende dwergbijeneters. Een mooier eind aan deze trip kan bijna niet, maar het venijn zit helaas in de staart. Mijn vrouw en ik hebben de laatste 20, 25 jaar behoorlijk wat van de wereld gezien, maar op het eind van deze Transsahara reis overkomt ons iets, wat ons echt nog nooit is overkomen: we missen ons vliegtuig! Op het vliegveld van Dakar moet de hele groep rond middernacht een nieuw ticket regelen (en betalen) naar Amsterdam. Het wordt een hectische nacht; om 03.00 uur hebben we een vlucht naar Lissabon, waar we ons door een mensenmassa worstelen bij de veiligheidscontrole.  De volgende ochtend landen we veilig en wel in Schiphol en in de dagen daarna begint het verwachte gesteggel over wie er opdraait voor de extra gemaakte kosten voor de tickets. In de totale reissom was de terugreis immers inbegrepen. Wie zal dat betalen, Zoete-Lieve-Gerritje…  

Een onvergetelijke Transsahara reis! (1)

De oogstrelende diadeemroodstaart. (foto; Jacques van der Neut)

Woestijnen vind ik boeiende landschappen en de wens die een keer te bezoeken kwam meerdere keren aan de orde. Dit jaar hebben mijn vrouw Annemieke en ik die wens uitgevoerd. Wij gingen mee met de Transsahara reis, met Marokko (Agadir) als beginpunt en via de Westelijke Sahara en Mauritanië (Banc d’Arguin), naar het vermaarde vogelreservaat Djoudj in Senegal. Een onvergetelijke rit van zo’n 3500 kilometer met drie Nissan X Trails.

Prachtige kusten in Marokko. (foto; Jacques van der Neut)

‘Lopende’ stuifduinen
Zo’n autorit van Agadir in Marokko naar Senegal in het zuiden tart iedere verbeelding en laat zich maar moeilijk in woorden vatten. Hoe moet je immers de sfeer beschrijven van de wisselende landschappen en de kleurrijke bevolking? Of de oneindige zandwoestijnen in de Westelijke Sahara met die fascinerende, ‘lopende’ stuifduinen en niet te vergeten, die ongeschonden, lege stranden en kusten zonder foeilelijke, mondaine resorts. De  puike overnachtingen in de woestijn, met die onvoorstelbare  sterrenluchten aan het oneindige firmament! Het zijn stuk voor stuk onuitwisbare indrukken in mijn geheugen. Zo’n trip kun je zonder meer betitelen als avontuurlijk reizen, een kolfje naar  de hand van Marius Dussel, de stuwende kracht achter het Rosso Millenniumproject. Samen met zijn vrouw Vera organiseert hij diverse trips door dit deel van Afrika. “In 1986 maakte ik met mijn vrouw die toen zwanger was en kinderen mijn eerste trip” zegt Dussel terwijl hij onverstoorbaar zijn Nissan X Trail bestuurt. “Het was in die dagen pionieren. Internet bestond niet, je moest toen alles zelf uitzoeken. In de boekhandel zocht ik naar kaarten van Zuid-West Afrika en ik raakte in de ban van de boeken van Heinrich Barth, een Duitse ontdekkingsreiziger. Voor onze eerste reis schraapte ik al mijn verlofdagen bij elkaar en vertrok voor zeven weken naar Algerije en Niger. We vlogen er niet naar toe, want vliegen vind ik eigenlijk te beperkt.  Met de auto heeft mijn voorkeur, je kunt dan immers gaan en staan waar je wil. Sindsdien is mijn liefde voor avontuurlijk reizen ontstaan.”

Een stel dromedarissen op een pick-up. (foto: Jacques van der Neut)

Flexibel
Als deelnemer aan zo’n tocht moet je beschikken over een flexibele instelling. Het is en blijft tenslotte Afrika en zaken kunnen zich dus volkomen anders ontwikkelen, dan gepland. Als je slecht tegen autorijden kan, dan zou ik zoiets niet ondernemen. Iedere dag  is het tenslotte rijden, met soms een rit van meer dan 500 kilometer… De kwaliteit van de pensions wisselt van goed tot basic. In de meeste gevallen heb je wel een douche en soms niet. Er kan ook pech aan een van de Nissans ontstaan, waardoor er bijvoorbeeld een of ander onderdeel moet worden aangevoerd. Zoiets ligt op zo’n avontuurlijke trip altijd op de loer. Maar die ‘nadelen’ vallen allemaal weg tegen de enorme belevingswaarde. Op straat en tijdens de autoritten valt er immers genoeg te zien. Geiten op het dak van een personenauto, een stel dromedarissen op een pick-up en  vrachtauto’s met een lading van zes, zeven meter hoog, met daarop soms nog mensen.

Zandrozen in de woestijn van Mauritanië. (foto; Jacques van der Neut)

Zandrozen
De oneindige ritten door de woestijn, zowel door de Westelijke Sahara als Mauritanië, vond ik top. Hier en daar dromedarissen, renvogels, rosse woestijnleeuweriken, witbandleeuweriken, woestijntapuiten en niet te vergeten de woestijnrozen; geen wilde planten maar een mengvorm van het mineraal gips en zandkorrels die zijn ingebed in het kristalrooster van dat mineraal. Woestijn-rozen worden gevormd in woestijnen waar grondwater door capillaire werking aan het oppervlak komt en daar snel verdampt. Het grondwater moet bovendien de juiste mineralen (gips en/of bariet) bevatten die achterblijven waar het water verdampt. Woestijnrozen kunnen erg groot worden en soms enkele honderden kilo’s wegen! Maar er zijn ook hele kleine, lichte exemplaren. Sommige zien er uit als een enkele roos. Anderen vormen een cluster van roosjes, of groeien op elkaar.