Tagarchief: brakwaterzone

Sommige natuurontwikkelingsplannen sudderen jaren…

Protestborden in de Hedwigepolder. (foto: Jacques van der Neut)

In ons land zijn de laatste jaren veel natuurontwikkelingsplannen uitgevoerd. Sommige sudderen jaren, komen niet of nauwelijks van  de grond of er gaat als nog een streep door. In de Biesboschregio kwamen de Aakvlaai en de Nieuwe Dordtse Biesbosch bijzonder moeizaam tot stand. In Zeeland hebben we natuurlijk de klucht over de Hedwigepolder, de Haringvlietsluizen gaan na lang gekrakeel in september op een kier en in de polder Buytenland bij Rhoon zetten de boeren de hakken in het zand.

Soap van dertien jaar…
In het meest besproken project van ons land, de Hertogin Hedwigepolder, lijkt nu eindelijk schot te komen. De polder, amper drie vierkante kilometer groot, ligt langs de Schelde op de grens van Nederland en België. Het is de plek waar zoet en zout water elkaar treffen. Zo’n gebied wordt ook wel een estuarium genoemd. Dit soort gebieden zijn tegenwoordig zeldzaam in Nederland. De meeste riviermondingen zijn immers afgedamd of ingedijkt. Met het verdiepen van de Westerschelde ging natuurgebied verloren dat echter, conform Natura2000, diende te worden gecompenseerd. De afspraken werden in 2005 bekrachtigd, maar door politiek gekonkel raakt de Hedwigepolder verstrikt in het moeras, een soap van maar liefst dertien jaar volgt… De Zeeuwen, met Luctor et Emergo in hun genen, zitten er sowieso niet op te wachten, net zo min als de politiek (CDA). Door al die juridische haarkloverij volgen afstel en uitstel elkaar beurtelings op. De Vlamingen wachten trouwens niet af en steken de handen wèl uit de mouwen, in de Prosperpolder, de polder die direct grenst aan de Hedwigepolder. De eigenaar van de Hedwigepolder spant nog verschillende rechtszaken aan tegen de staat, maar in januari 2018 valt het doek definitief; de Hoge Raad bepaalt dat de onteigening kan beginnen.

In september 2018 gaan de HVSluizen op een kier. De aalscholvers kunnen niet wachten… (foto: Jacques van der Neut)

Haringvlietsluizen op ‘een kier…’
Een proces dat bepaald ook niet op rolletjes loopt is het op een andere manier gebruiken van de Haringvlietsluizen, die liggen tussen Stellendam en Hellevoetsluis. Aanvankelijk presenteerde Rijkswaterstaat (RWS) in de jaren 90 van de vorige eeuw, vijf alternatieven die varieerden van het handhaven van de huidige situatie tot en met het gebruik van de Haringvlietsluizen als stormvloedkering. Aangezien dit hele vraagstuk in het slob raakte,  werd er als een soort tussenfase ‘De Kier‘ aan toegevoegd. In al die jaren bezocht ik diverse bijeenkomsten, inloopavonden en hoorzittingen. Ondanks al het werk dat betrokken Rijkswaterstaters in dit vraagstuk stopten, werd De Kier keer op keer uitgesteld en naderhand probeerde het kabinet Rutte er zelfs onderuit te komen. De EU tikte de Nederlandse overheid op de vingers. Andere lidstaten dreigden met schadeclaims, zij hadden immers wel vele miljoenen geïnvesteerd in het inrichten van het bovenstroomse rivierengebied. In september gaat De Kier worden ingevoerd, met een bijeenkomst op 5 september aanstaande met voornamelijk  bestuurders. In de loop van die maand volgen er nog diverse activiteiten.   

De aannemer aan het werk in De Nieuwe Dordtse Biesbosch. (foto: Jacques van der Neut)

De Nieuwe Dordtse Biesbosch
In Polder De Biesbosch speelt er sinds de jaren 90 van de vorige eeuw ook zoiets. In het begin werd dit project ook wel SGP genoemd: Strategisch Groen Project Eiland van Dordrecht. Tegenwoordig spreken we over De Nieuwe Dordtse Biesbosch, waarbij zo’n slordige 250 hectare bouwland verandert in recreatie- en natuurgebieden, met de nodige fiets- en wandelpaden. Ook bij deze plannen volgden uitstel en afstel elkaar in rap tempo op. Diverse beroepsprocedures bij de Raad van State zorgden voor veel vertraging, maar uiteindelijk is de aannemer thans aan het werk in Polder De Biesbosch. Als je door de polders fietst, krijg je een aardige indruk van het toekomstige landschap. Het water wordt in de toekomst naar ‘binnen’ gelaten via De Hevel, ter hoogte van de Oosthaven. Het water dient hier te worden verdeeld over agrarisch land, natuur en water voor de wijk Sterrenburg. Op diverse locaties in het terrein zijn duikers aangebracht.  Als het waterpeil in de kersverse natuurgebieden op goede hoogte staat en de vegetatie zich begint te ontwikkelen dan zal hier plek zijn voor bosrietzanger, rietzanger, kleine karekiet, rietgors, blauwborst en cetti’s zanger. Natuurlijk zullen veel soorten libellen en waterjuffers hier ook van profiteren.  Een ander project binnen de invloedsfeer van de Biesbosch, De Aakvlaai, kwam ook bijzonder moeizaam tot stand. Hier diende 100 hectare bouwland te worden omgevormd naar een Biesboschachtig landschap, om verloren vaarmogelijkheden voor de recreatievaart te compenseren.  Ook hier volgde meerdere uitspraken van de Raad van State, maar dat is nu allemaal achter de rug. De Aakvlaai wordt thans volop door de recreatievaart gebruikt.

Polders bij Rhoon
Ook bij de polder Buytenland bij Rhoon speelt zoiets al twaalf jaar. Het was daar ook de bedoeling om boerenland onder water te zetten maar dat plan stuit op verzet van de zittende boeren. Voorlopig lijkt er nog geen schot in deze zaak te zitten. Door het Oostvaarderswold bij Lelystad, werd ook een streep gezet, terwijl de grond nota bene grotendeels al was verworven! Het Oostvaarderswold is de naam van een natuurstrook, die de Oostvaardersplassen met het Horsterwold zou verbinden. Door deze groene corridor zouden dieren in deze twee natuurgebieden heen en weer kunnen lopen. Vanuit de agrarisch hoek was destijds veel weerstand tegen het plan omdat vruchtbare landbouwgrond hier voor opgeofferd zou worden. Toenmalig staatssecretaris Henk Bleker zette in lijn met het kabinetsbeleid mede daarom een streep door het plan.  Er zijn echter organisaties in de weer om dit plan weer op de politieke agenda te krijgen. Zijn alle plannen met het omvormen van landbouwgrond naar natuurgrond dan alleen maar kommer en kwel? Nee, natuurlijk niet. Aansprekende voorbeelden

De Onnerpolder in Groningen. (foto: Jacques van der Neut)

zijn de Onnerpolder en de Oostpolder in Groningen. Het is een feest om daar te lopen met al die tureluurs, kieviten, kluten, blauwborsten, zomertalingen en witwang- en witvleugelsterns. De geoorde futen in de Kropswolderbuitenpolder zijn ook zeer zeker een bezoek waard. De natuurontwikkelingsprojecten in en rondom de Gelderse Poort werpen ook hun vruchten af, net als de Noordwaard bij Werkendam. Een 4200 hectare groot landbouwgebied veranderde hier in een doorstroomgebied, met Ruimte voor de Rivier als rode draad. Door deze plannen hebben de zeearend en de visarend zich ondermeer in dit gebied gevestigd als broedvogels.

Miljoenen voor natuur in Haringvliet

Zes natuurorganisaties krijgen een miljoenendonatie om het getijdenlandschap in het Haringvliet in ere te herstellen. Ze willen in de Zuid-Hollandse delta, op de grens van rivier en zee even ten zuiden van Rotterdam, een groot natuurgebied ontwikkelen waar bijvoorbeeld de zeearend, de steur en de bruinvis zich kunnen vestigen. Gisteravond werd bekendgemaakt dat de Nationale Postcode Loterij 13,5 miljoen euro aan het project schenkt.

Betonnen waterkering
De Haringvlietsluizen liggen tussen Hellevloetsluis en Stellendam en werden op 2 november 1970 in gebruik genomen, waardoor de getijdenwerking in het Haringvliet en de Biesbosch aanzienlijk verminderde. Dat er door de komst van de betonnen waterkering onvervangbare natuur verloren zou gaan, beschouwde de overheid

Een historisch plaatje. In het voorjaar van 1994 voerde Rijkswaterstaat een praktijkproef uit met de Haringvlietsluizen, waarbij zout zeewater het Haringvliet mocht instromen. (foto: Jacques van der Neut)
Een historisch plaatje. In het voorjaar van 1994 voerde Rijkswaterstaat een praktijkproef uit met de Haringvlietsluizen, waarbij zout zeewater het Haringvliet mocht instromen. (foto: Jacques van der Neut)

destijds als een onvermijdelijk neveneffect. Eind jaren tachtig gaan er echter stemmen op om de mogelijkheden voor een ander, meer op de ontwikkeling van natuurwaarden gericht spuiregime van de Haringvlietsluizen op een rij te zetten. Een zienswijze die door de diverse waterschappen en agrarische organisaties bepaald niet met open armen wordt ontvangen. Voor het te wijzigen beheer van de Haringvlietsluizen presenteert Rijkswaterstaat vier varianten, variërend van het handhaven van de huidige situatie tot en met het gebruik van de sluizen als stormvloedkering. Om het proces vlot te trekken stelt men de zogenaamde Kiervariant voor, waarbij een beperkt deel van de sluizen openstaat en alleen bij een lage rivierafvoer wordt gesloten. Door de Kier wordt de monding van het Haringvliet brak en dat bevordert de visintrek.

Bij het huidige spuiregime van de Haringvlietsluizen spoelt zoetwatervis, zoals deze reusachtige meerval, tijdens het spuien naar 'buiten' en legt dan het loodje. (foto: Jeanne Soetens)
Bij het huidige spuiregime van de Haringvlietsluizen spoelt zoetwatervis, zoals deze reusachtige meerval, tijdens het spuien naar ‘buiten’ en legt dan het loodje. (foto: Jeanne Soetens)

In de brakwaterzone kunnen specifieke trekvissen zoals fint, zeeforel, zalm, driedoornige stekelbaars en zeeprik zich aan het zoete water aanpassen, voordat zij verder stroomopwaarts zwemmen. Door het ontbreken van een brakwaterzone, kost het huidige spuiregime veel (zoetwater)vis het leven. De overgang van zout naar zoet is te abrupt. Aan die onnatuurlijke situatie komt in 2018 zeer waarschijnlijk een eind. Volgens de planning gaan de sluizen dan namelijk op ‘een kier’. De toekomstige zone brak water zal waarschijnlijk ook vogels aantrekken zoals grote stern, eidereend, middelste zaagbek, rotgans en strandplevier. Wellicht glipt er door de Kier ook wel eens een zeehond naar ‘binnen’. Door de Kiervariant komt er trouwens in een gebied als de Biesbosch geen centimeter meer getijdenverschil. Dat er in het vermaarde zoetwatergetijdengebied zout water terecht komt, is een ander hardnekkig misverstand. De Biesbosch was voor de afsluiting in 1970 een zoetwatergetijdengebied en zal dat ook blijven.