Tagarchief: natuurontwikkeling

Noorderdiepzone; toch nog van boerenland naar waterland

Het zandlichaam naast de Zuidbuitenpoldersekade. (foto: Jacques van der Neut)

Na al die jaren is het er dan toch nog van gekomen: de Noorderdiepzone op het Eiland van Dordrecht is in uitvoering! Op dit moment is het er heerlijk rustig vanwege de bouwvak. Afgelopen week maakte ik een flinke wandeling door het toekomstige natuur- en recreatiegebied, in dit geval over het zandlichaam van de Zuidbuitenpoldersekade, waar straks een fietspad op komt te liggen.

De stengels van perzikkruid kleuren donkerrood. (foto: Jacques van der Neut)

Zandlichaam
Het opgebrachte zandlichaam is een mooie gelegenheid om je kennis van pioniers weer eens op te halen. Natuurlijk staan op zo’n strook vooral soorten waarvoor iedereen zo’n beetje zijn neus optrekt: harig wilgenroosje, Canadese fijnstraal, zwarte nachtschade, klaproos en bezemkruiskruid. Menigeen zal het over een kam scheren als onkruidOp zo’n zandige ondergrond zijn de ganzenvoeten natuurlijk ook van de partij. Melganzenvoet en rode ganzenvoet staan er massaal, net als perzikkruid en bijvoet. Hier en daar ontluikt zelfs een enkele zonnebloem. Soorten zoals grote- en smalle weegbree, speerdistel, citroengele honingklaver en kamille kom ik ook vaak tegen. Al die planten en ruigtekruiden trekken veel vlinders aan; naast tientallen distelvlinders, noteer ik kleine vos, groot koolwitje, dagpauwoog, icarusblauwtje en bruin zandoogje. Zo’n zandstrook is tevens een uitgelezen locatie voor libellen. Het zonlicht reflecteert op het zand en creëert op deze manier een ideaal leefgebied voor gewone oeverlibel en diverse soorten heidelibellen. Over de vlakte ruigtekruiden zweeft een bruine kiekendief en naast de zandige dijk hoor ik zelfs de karakteristieke roep van een kwartel! De roep van deze akkervogel hoorde ik nog niet eerder in Polder de Biesbosch. Dat is ook niet vreemd. Bij het reguliere, agrarische beheer krijgt zo’n soort nauwelijks een kans, maar als het agrarische beheer verdwijnt en de boel verruigt dan verschijnen deze soorten spontaan.   

Massale opslag van akkermelkdistel. (foto: Jacques van der Neut

Gifspuit
Tijdens mijn wandeling trekt een grote, gele plek in het voormalige, agrarische land mijn aandacht. Eerst maar terug over de zandige dijk en dan vervolgens op pad naar al dat geel. Terwijl ik er naar toe loop, passeer ik een perceel met raaigras, vanwege de uniformiteit niet bepaald een gewas om lang bij stil te blijven staan… Er groeit niets anders, er bloeit niets en ik hoor er niets. Snel door. Onderweg naar dat gele gewas loop ik over een perceel met klein kruiskruid. Er is vorming van vruchtpluis maar al die stengels vertonen een opvallend kronkelig uiterlijk; hier is met gif gespoten, dat is duidelijk! Kort daarop ben ik bij het opvallend geel gekleurde perceel. Het is massale opslag van akkermelkdistel en vormt een mooi contrast met de paarse, verderop bloeiende akkerdistels. Het wemelt er van de gele kwikstaarten, groenlingen en putters. Als de bouwvak voorbij is zal deze vlakte ongetwijfeld ook de gifspuit krijgen, dat zit er dik in. Vreemd, hier is immers toch sprake van natuurontwikkeling en de spontaan opkomende natuur met bijbehorende vogels en vlinders krijgt de gifspuit…  

 

 

Veel ‘IJslanders’ in De Noordwaard

Vorige maand waren de eerste grutto’s in onze contreien weer present. “Voor deze fraaie steltlopers is De Noordwaard in Werkendam een heel belangrijk gebied” zegt Thomas van der Es, boswachter bij Staatsbosbeheer in De Biesbosch. “In de loop van de tijd nemen de aantallen toe. In De Noordwaard verblijven trouwens ook veel IJslandse grutto’s.”

Oostenwind
Grutto’s zijn elegante steltlopers op lange, dunne poten. Ieder voorjaar verzamelen zich grote groepen in De Noordwaard. “In totaal telden we hier bijna 3100 stuks, maar afgelopen weekend verbleven er zelfs 4750 grutto’s. Dat tellen proberen we zo exact mogelijk te doen, maar door de aanhoudende oostenwind waardoor er veel slik droogvalt, krijgen de grutto’s veel speelruimte hetgeen het tellen lastiger maakt. Ze staan dan niet in grote groepen, maar

Bij laag water maken grutto's dankbaar gebruik van droogvallende zandplaten. (foto: Jacques van der Neut)
Bij laag water maken grutto’s dankbaar gebruik van droogvallende zandplaten. (foto: Jacques van der Neut)

verspreiden zich over het hele intergetijdengebied in De Noordwaard.” Volgens Van der Es is het gebied niet alleen van groot belang voor deze steltlopers, maar ook voor vogels zoals bontbekplevieren, kemphanen, wintertalingen en bonte strandlopers. “Als de grutto’s hier landen zijn ze voornamelijk in de weer met foerageren. De snavels verdwijnen onophoudelijk in de weke bodem. Door de directe invloed van het rivierwater, de openingen naar de Nieuwe Merwede bevinden zich immers op een steenworp afstand, is het blijkbaar heel voedselrijk.” De droogvallende slikken in De Noordwaard zijn niet alleen van belang voor de gewone grutto, maar zeker ook voor de IJslandse grutto, die al vroeg in het seizoen een bruinrood getekend verenkleed heeft.

ijslandsegrutto
Om inzicht te krijgen in de trekroutes worden IJslandse grutto’s voorzien van kleurringen. (foto: Jacques van der Neut)

Zoutwatersteltloper
“IJslandse grutto’s trekken in het najaar minder ver dan ‘onze’ grutto’s en overwinteren vooral in West-Europese getijdegebieden zoals Frankrijk, Spanje en Portugal, maar ook wel in Engeland en Ierland. De IJslandse grutto is dus meer een zoutwatersteltloper. Gewone grutto’s gaan echter vooral naar Spanje en West-Afrika, naar zoetwatergebieden en rijstvelden. IJslandse grutto’s worden in het voorjaar in toenemende mate waargenomen in Nederland. Ze verblijven in maart en april enige tijd in natte graslanden voordat ze verder trekken naar IJslandse broedgebieden. De Noordwaard is voor de IJslandse grutto een van de top-vijf gebieden van ons land.” In onze regio zijn de laatste jaren veel natuurontwikkelingsprojecten uitgevoerd en voor steltlopers steekt De Noordwaard daar met kop en schouders bovenuit. Het gebied kent een open structuur en belagers kunnen snel worden opgemerkt. “Terreinen als De Hoge Hof en De Tongplaat zijn omgeven door wilgenbossen en struiken. Het is bekend dat slechtvalken en haviken daar graag gebruik van maken om hun prooien te verrassen.”